De belangrijkste eerste minuten van je presentatie deel 3

De derde manier uit de serie aandachtstrekkers gaat over wat ik noem de voelspriet-opening. De eerste zinnen die je eigenlijk nog niet tijdens je voorbereiding vooraf kunt weten.

In deze mini serie over ‘aandachtstrekkers’ geef ik krachtige en makkelijk toepasbare tips over openingszinnen voor je presentaties. Een openingsfase heeft 7 stappen en de aandachtstrekker is de eerste stap hiervan. Het doel ervan is: aandacht trekken en directe betrokkenheid creëren.

Als reminder hier nog even mijn kapstok. Een goede aandachtstrekker is:
1) Kort
2) Universeel (zoveel mogelijk betrekking hebbend op iedereen die aanwezig is)
3) Simpel (voor jou en je publiek)
Eenvoudig te onthouden als KUS… waarmee je je publiek welkom heet.

Hoe gebruik je de kracht van het moment in je eerste zinnen? De crux is om op tijd te zijn in de ruimte waar je presenteert en even.. stil te zijn.
Stil te zijn en een gevoel te krijgen voor de energie in de zaal.
Je stelt jezelf de vraag “waar is nu het meest behoefte aan?” en wees benieuwd welk antwoord er komt op die vraag.

Je kunt ook goede suggesties krijgen door fictief in je verbeelding plaats te nemen op de stoel van een luisteraar en naar jezelf (als spreker) te kijken en te luisteren. Je geeft aan de spreker (jezelf dus) terug wat je nu (als publiek) het liefst zou willen zien of horen en waarom. Je zult versteld staan over de adviezen die je jezelf kunt geven!

Een voorbeeld. Ruud spreekt op een congres en de spreker voor hem spreekt over ‘onnodige faillissementen’. Dit roept veel emoties op in de zaal, met name boosheid en frustratie. Hij kan echt mensen met het hoofd zien schudden van ongeloof. Ruud is meteen aan de beurt als zijn voorganger het podium verlaat. Hij begint in stilte en kijkt de zaal in. Vervolgens zegt hij “tjonge jonge jonge  ..ongelooflijk hè? Tjonge jonge…[stilte] meer kan ik eigenlijk niet uitbrengen, U wel?” Hij nodigt vervolgens de zaal uit om gedurende 3 seconden “tjonge jonge jonge” te roepen en een keer adem te halen. [hoe kinderlijk dit ook mag klinken; de hele zaal doet mee!] Ruud slaat een brug naar zijn speech met de zin “tjonge jonge… ben ik blij dat ik U mee ga nemen naar iets wat ook pijn kan doen, maar ook pijn kan voorkomen namelijk taxplanning” en hij glimlacht. De zaal volgt Ruud!
Hij had aangevoeld dat het publiek nog even wilde ‘leeglopen’ om ze zo op een andere golflengte te kunnen krijgen.

Deze voelsprietopening voldoet eigenlijk altijd vanzelf aan de KUS kapstokregels. Ingewikkeld hoeft het dus niet te zijn. Het vraagt wel moed. Moed om iets te laten ontstaan in het moment dat je in de zaal bent of al voor publiek staat. Het vraagt ook dat je aanwezig kunt zijn in het hier en nu voor een groep mensen. “Presence’ heet dat met een mooi woord. Ruud heeft geleerd hoe je met ‘presence’ voor groepen staat en dit is voor iedereen te leren.

Je kunt hiermee namelijk instant en krachtig ‘rapport’ (afstemming) of verbinding krijgen met je publiek en de zaal vanaf het eerste moment ‘inpakken’. Daarmee krijg je op de beste manier een onbewust JA van je publiek op jou als spreker en wat je verder gaat doen in je presentatie.

Ik nodig je uit om de openingszin van je eerstvolgende presentatie niet voor te bereiden!
Veel succes met jouw intuïtieve startzin.

Je reactie lees ik graag hieronder.


Reacties zijn gesloten.