Het inleidend praatje voor de vuist weg

Soms komt het moment op je af en soms voel je gewoon dat het jouw moment is om het te doen; een spontane openingstoespraak. Een bijeenkomst, feestje of diner… er zijn nog steeds teveel situaties waarin een openingswoord past en niemand aangewezen danwel ‘geprogrammeerd’ staat.

Dit kan soms tot acute stress leiden, zowel bij de organisator van het event als voor degene die kort van tevoren gevraagd wordt om het inleidend woord te doen. Wat doe je als dit op jouw pad komt? Daar valt veel over te vertellen en ik deel graag mijn 3 favoriete tips hierover.

1) Check je mindset! Realiseer je dat het niet een diepgaande, creatieve of lachwekkende speech moet worden. Er staan en aanwezig zijn voor de aanwezigen is al 90% van de klus!

2) Ken het doel van een openingstoespraak. De functie van het eerste woord doen is een kloof dichten. Mensen laten landen in de setting van het moment. In het begin moeten mensen altijd wennen aan elkaar; de luisteraars moeten wennen aan de spreker, de spreker aan de luisteraars en de luisteraars moeten ook wennen aan de andere luisteraars. Het gaat dus om verbinding en niet zozeer om boeiende informatie.

3) Hou het kort, rustig en helder

* 3a Heb je de houvast nodig van een korte voorbereiding, gebruik dan maximaal 3 minipuntjes. 3 Is altijd een handig getal. Voor jezelf om op je pad te blijven en niet teveel uit te weiden. Voor het publiek om te kunnen absorberen wat je zegt EN om te kunnen landen in de setting (het doel!). 1 of 2 zinnen per ‘minipuntje’ zijn echt genoeg. Een voorbeeld van 3 ‘mini-puntjes’; een woord van dank voor het aanwezig zijn/ uitgenodigd te zijn, enkele zinnen over waarom het bijzonder is om hier en nu op deze plek bij elkaar te zijn en tot slot een oproep om alle aandacht of plezier te richten op wat komen gaat.

* 3b Is er helemaal geen tijd vooraf? Ga staan, haal een keer adem, stel je ogen en je rust beschikbaar. Voel waar op dat moment behoefte aan is en in welke ‘energie’ je publiek zich bevindt. Spreek dan met de woorden die in je opkomen. Dit heet spreken met ‘Relational Presence’ [letterlijk; relationele aanwezigheid].

Relational Presence is overigens is een basiskwaliteit voor elke spreker om in elke context de meest moeiteloze speech te kunnen houden.
Veel succes en veel presence gewenst!

Je reactie lees ik graag hieronder.


Reacties zijn gesloten.