Hoe je verbindingswoorden als uhm en eh kunt laten varen

Harold is een klant van die regelmatig presenteert. Een tijd geleden kwam hij naar me toe: “Ik wil toch echt van dat ehm en uhm af, ik vind het zelf zo irritant! Ik hoor het mezelf steeds doen in presentaties” Waar hij last van heeft, deelt hij met velen. “En ik erger me er ook aan bij anderen!” voegt hij er nog aan toe. Ze vragen blijkbaar een groot deel van zijn aandacht, die kleine woordjes.

Voor veel sprekers is dit een hardnekkig probleem. Ondanks een uitermate gedegen voorbereiding lijken de woorden maar niet vlot te komen en wordt uit nood ‘ehm’ of ‘uhm’ uitgestoten. De focus op het denken en zoeken naar woorden zorgt er dan vaak voor dat presentatoren naar binnen keren en dat het contact met het publiek wegvalt. Andere sprekers zijn zich niet eens bewust van hun ge-uhm en horen dat van anderen of op video-opnamen van hun speeches.

Harold heeft zelf geprobeerd om bewust erop te letten om geen ‘uhm’ te zeggen, maar dat maakte het alleen maar erger of zijn aandacht voor het publiek viel weg. Dat klopt. Onze hersenen werken niet met ontkenningen. Aandacht geven aan niet denken aan de bekende roze olifant, zorgt voor.. precies, het wel denken aan een roze olifant.

Alles wat aandacht krijgt, zal bovendien versterkt worden. Als Harold gefocust bezig blijft met ‘uhm’ zal er hoogstwaarschijnlijk ‘uhm’ volgen. Sterker nog; hij lijkt er tijdens zijn presentatie niet vanaf te kunnen komen. Een soort ‘plak-uhm’ of kleverig ‘uhm’-syndroom.

Wat zegt deze vorm van stamelen precies? De frequentie van dit woordgebruik kun je zien als een meetlat voor angstige gevoelens tijdens het presenteren en de mate waarin de spreker en het onderwerp ‘eigen’ en ‘echt’ zijn.

Spreekspanning stijgt naarmate je meer en meer vlucht uit stiltes. Andersom ook; als je met stilte kunt zijn voor een publiek, verdwijnen spreekangstige gevoelens. Uhm en eh worden vaak ingezet als iemand stiltes wil verbloemen of overbruggen. Echter stiltes zijn waardevolle momenten om als spreker naar jezelf en naar je  publiek te luisteren. Als je de moed hebt om stiltes te accepteren en tegelijkertijd beschikbaar te blijven voor je toehoorders, dan volgt er geen uhm! Eenmaal comfortabel met momenten met niets en er kan je ook niets meer gebeuren. De noodzaak om leegte te vullen met eh of uhm vervalt. Je kunt zo het vertrouwen laten groeien dat de juiste woorden vanzelf komen. Dit vraagt soms enige oefening, maar betekent veelal een keerpunt in spreekangst of spreekspanning!!

Wat verder te doen als je last hebt van ‘plak-uhm’ ? Allereerst, mag je best accepteren dat iedereen wel eens lekker uhmt. Soms even lekker graven in je gedachten is prima, mits je daarna weer terugkomt tot aanwezigheid met aandacht voor je publiek.

Verleg daarnaast de focus van ‘ik mag niet uhmen’ naar een ander reëel en positief geformuleerd doel. Bijvoorbeeld ‘ik spreek in korte zinnen en haal tussendoor rustig adem’. Het spreken in korte zinnen met pauzes, zorgt er bovendien voor dat je gedachten, gevoel en gedrag beter samenvallen. Bij een dergelijke ‘congruentie’ ontstaat een constructieve rust en verdwijnen de uhms als sneeuw voor de zon.

Een verborgen agenda hebben als spreker of jezelf niet kwetsbaar op durven stellen, werken ‘plak-uhm’ in de hand. Als je diep in je hart weet dat je echt door de mand kunt vallen, zal plak-uhm altijd vanuit het onbewuste kunnen toeslaan. Denk hierbij aan situaties als: het idee van een ander presenteren, niet oprecht zijn met je bedoelingen, bij voorbaat een negatief oordeel hebben over je publiek, doen alsof (status, maskers, maniertjes, lolbroekerij) en afhankelijkheid zijn van hulpmiddelen (PowerPoint/Keynote).

Hoe pas je al die tips tegelijk toe als je presenteert? De ingang om met stilte te kunnen zijn, in korte zinnen te spreken, rustig voor een groep te staan en authentiek te presenteren is: voorrang geven aan de relatie met je publiek boven de inhoud. Dat bereik je door het vermogen te trainen om steeds met aandacht, één op één met iemand te zijn uit je publiek met zachte, ontspannen ogen.

Het gaat dan om de kwaliteit van aandacht en niet om de hoeveelheid ogen die je ziet. Doe het maar eens; een paar seconden bij één iemand blijven. En bij de volgende, en bij de volgende etc. Deze kwaliteit van zijn met je publiek heet Relational Presence en is te trainen als een spier. Hoe sterker de spier, hoe authentieker en gemakkelijker je voor publiek staat en je woorden in het moment kunt laten ontstaan.

Harold heeft al diverse presentatietrainingen in zijn leven gevolgd. Daar heeft hij veel van opgestoken, maar de echte angel werd niet uit zijn probleem gehaald. Na een middag voluit geoefend te hebben met mij werd hij enthousiast. “Ik begrijp nu waar ik voorheen zoveel verspilde energie in stak en waar mijn aandacht beter naar uit kan gaan. Wat deed ik voorheen überhaupt veel onnodige dingen. Uhm zeggen was er maar één van.”
Harold heeft inmiddels de ‘zijnstoestand’ van Relational Presence te pakken en is van zijn ‘plak-uhm’ genezen.

Succes gewenst met jouw stappen om natuurlijk en effectief te presenteren.

Je reactie op dit artikel is welkom.


5 reacties op Hoe je verbindingswoorden als uhm en eh kunt laten varen

  1. Goed artikel, Lianne! Zelf vind ik het niet zo storend als iemand af en toe uhm zgt, maar ik kan me voorstellen dat de spreken zelf er wel vanaf wil komen. En contact maken met het publiek lijkt me een hele goede oplossing daarvoor.

    hartelijke groet,
    Brigitte

  2. Angela zegt:

    Hoi Lianne,

    Wat jij beschrijft als ‘relational presence’ ken ik ook onder de naam ‘schieten’: iemand in je publiek een paar seconden echt aankijken. Voor mij hoort daar als afwisseling ook het ‘scheren’ bij: kort de groep als geheel in ogenschouw nemen, met je blik de groep tot een eenheid smeden.

    Hoe zie jij dat?

    Groeten,
    Angela

    • Angela, dank voor je reactie en het aanreiken van een mooi discussiepunt over presenteren!

      ‘Schieten’ en ‘scheren’ (het duo klinkt erg leuk trouwens) ken ik niet in de context van presenteren.
      ‘Schieten’ heeft voor mij een ondertoon van één-richting. Waarschijnlijk ook door het woord zelf (ik ‘schiet’ op ..)
      Relational Presence in de zuivere vorm betekent eigenlijk ‘beschikbaar zijn’ via je ogen voor één iemand en tegelijkertijd beschikbaar zijn voor jezelf; een ‘state’ waarin contact of verbinding als vanzelf ontstaat. (Meer zijn dan doen). Niet alleen met degene wiens ogen je op dat moment ontmoet, maar ook met andere mensen in het publiek (energetisch aansluiten).
      Maar het kan best zo zijn dat iemand die ‘schiet’ hetzelfde ervaart als iemand die in Relational Presence is. Voor mij lijkt er een zachtere intentie te zitten in het laatste.

      Een blik die een groep omvat is naar mijn gevoel een ietwat ‘glazige’ of eerder qua aandacht ‘versnipperde’ kijk op je publiek waarmee contact eerder uitblijft.
      Met ‘scheren’ kan ik me daarom niet goed voorstellen wat daar voor (positief) effect vanuit gaat. Wat haal jij bijvoorbeeld uit die ‘eenheid’ van je publiek?
      Hoor ik graag nog eens van je.
      Je hebt het ook over ‘afwisseling’ – ik lees dat als schieten, dan weer eens scheren, dan weer eens schieten – dus dat je afwisselend iets doet.
      Met Relational Presence gaat het om zijn met je publiek door steeds één op één met iemand te zijn.

      Is het voor jou ook nu nog hetzelfde?
      Ik kijk uit naar eventuele volgende reacties van je.
      Nogmaals dank voor je post!

      Hartelijke groet,
      Lianne

  3. Hoi Lianne,

    Regelmatig neem ik presentatie-examens af op een mbo voor volwassenen. Ik merk dan dat mensen die alleen schieten en niet scheren, het risico lopen dat de aandacht van een deel van de luisteraars toch verslapt.

    De boodschap van het scheren kun je zien als “ik zie jullie allemaal, mijn boodschap is voor jullie allemaal, ik wil graag dat jullie allemaal naar me luisteren”. De bevestiging van die boodschap zit hem in het individuele schieten/de relational presence. Het individuele contact is de beste basis voor een presentatie, en het scheren soort “kader” voor het contact. Kortom: veel schieten, en af en toe scheren is optimaal in mijn ogen.

    Als spreker heb je ook voordeel van af en toe de hele groep in ogenschouw nemen: je kunt zien hoe mensen erbij zitten, of er geen storingen zijn, noem maar op.

    Groeten,
    Angela