Artikelen met de tag ‘Openingszin’

Het inleidend praatje voor de vuist weg

Gepubliceerd 27 juli 2011 door Lianne Ebbinkhuijsen

Soms komt het moment op je af en soms voel je gewoon dat het jouw moment is om het te doen; een spontane openingstoespraak. Een bijeenkomst, feestje of diner… er zijn nog steeds teveel situaties waarin een openingswoord past en niemand aangewezen danwel ‘geprogrammeerd’ staat.

Dit kan soms tot acute stress leiden, zowel bij de organisator van het event als voor degene die kort van tevoren gevraagd wordt om het inleidend woord te doen. Wat doe je als dit op jouw pad komt? Daar valt veel over te vertellen en ik deel graag mijn 3 favoriete tips hierover.

1) Check je mindset! Realiseer je dat het niet een diepgaande, creatieve of lachwekkende speech moet worden. Er staan en aanwezig zijn voor de aanwezigen is al 90% van de klus!

2) Ken het doel van een openingstoespraak. De functie van het eerste woord doen is een kloof dichten. Mensen laten landen in de setting van het moment. In het begin moeten mensen altijd wennen aan elkaar; de luisteraars moeten wennen aan de spreker, de spreker aan de luisteraars en de luisteraars moeten ook wennen aan de andere luisteraars. Het gaat dus om verbinding en niet zozeer om boeiende informatie.

3) Hou het kort, rustig en helder

* 3a Heb je de houvast nodig van een korte voorbereiding, gebruik dan maximaal 3 minipuntjes. 3 Is altijd een handig getal. Voor jezelf om op je pad te blijven en niet teveel uit te weiden. Voor het publiek om te kunnen absorberen wat je zegt EN om te kunnen landen in de setting (het doel!). 1 of 2 zinnen per ‘minipuntje’ zijn echt genoeg. Een voorbeeld van 3 ‘mini-puntjes’; een woord van dank voor het aanwezig zijn/ uitgenodigd te zijn, enkele zinnen over waarom het bijzonder is om hier en nu op deze plek bij elkaar te zijn en tot slot een oproep om alle aandacht of plezier te richten op wat komen gaat.

* 3b Is er helemaal geen tijd vooraf? Ga staan, haal een keer adem, stel je ogen en je rust beschikbaar. Voel waar op dat moment behoefte aan is en in welke ‘energie’ je publiek zich bevindt. Spreek dan met de woorden die in je opkomen. Dit heet spreken met ‘Relational Presence’ [letterlijk; relationele aanwezigheid].

Relational Presence is overigens is een basiskwaliteit voor elke spreker om in elke context de meest moeiteloze speech te kunnen houden.
Veel succes en veel presence gewenst!

Je reactie lees ik graag hieronder.

De belangrijkste eerste minuten van je presentatie deel 4 en slot

Gepubliceerd 22 juni 2011 door Lianne Ebbinkhuijsen

In deze mini serie over aandachtstrekkers geef ik krachtige en makkelijk toepasbare tips over openingszinnen voor je presentaties.

Een openingsfase heeft bij mij 7 stappen en de eerste stap is altijd de aandachtstrekker. Het doel ervan is: aandacht trekken en directe betrokkenheid creëren.

De drie elementen voor een goede aandachtstrekker zijn;
1) Kort
2) Universeel (zoveel mogelijk betrekking hebbend op iedereen die aanwezig is)
3) Simpel (voor jou en je publiek)

Eenvoudig te onthouden als KUS… waarmee je je publiek welkom heet.

Deze serie artikelen sluit ik af met een vierde manier en die gaat over vragen stellen. Ik maak zelf graag gebruik van vragen die het publiek als het ware binnen rollen. De zogenaamde WIE VAN U vragen. Ook wel bekend als WIE grabs (grabber is Engels voor trekker). Er bestaan heel veel aandachtstrekkers, maar deze is een van mijn favorieten. Goede WIE-vragen zijn super KUS.

Hoe stel je inrollende vragen? Een handige manier is deze; stel 3 tot 5 eenvoudige vragen aan het publiek waar ze ja of nee op kunnen antwoorden. In hun hoofd of door het wel of niet opsteken van een hand.

De crux is om te beginnen met een inleidend zinnetje en daarna echt simpele vragen. Het publiek en jij moeten namelijk nog wennen aan elkaar en meteen met iets moeilijks in huis vallen is al snel te veel. Het kan echt zo heerlijk eenvoudig zijn als:

“Goedenavond, voordat ik van wal steek, doe ik graag even een mini-onderzoek. Wie van jullie zit er op LinkedIn? En wie zit er nog niet op LinkedIn?”

Als je het durft, steek zelf bij elke vraag een hand op om je publiek uit te nodigen om te reageren op je vraag. Aangezien iedereen in je publiek wel een keer JA kan zeggen op een vraag, voelt iedereen zich betrokken vanaf het begin [hé dat ben ik/dit gaat over mij].

Je kunt de vragen uitbreiden zodat jij als spreker ook een beeld krijgt van je publiek in relatie tot het thema van je lezing.

“En wie van de LinkedIn-gebruikers zit er al langer dan 2 jaar op? En Wie korter dan 2 jaar? Wie van de LinkedIn-gebruikers haalt er ook daadwerkelijk klanten mee binnen?”

Sommige mensen zeggen wel eens dat zo’n opening een afleidingsmanoeuvre zou zijn om eigen spanning aan het begin van een speech te verleggen naar het publiek. Ik doe het zelf regelmatig en onderzoek het wel eens door mijn publiek ook daadwerkelijke te bevragen. En wat blijkt, het werkt als een tierelier! Zowel voor mij als mijn publiek.

Ik zou zeggen; test het en ik lees graag jouw ervaring of reactie hieronder.

De belangrijkste eerste minuten van je presentatie deel 3

Gepubliceerd 18 mei 2011 door Lianne Ebbinkhuijsen

De derde manier uit de serie aandachtstrekkers gaat over wat ik noem de voelspriet-opening. De eerste zinnen die je eigenlijk nog niet tijdens je voorbereiding vooraf kunt weten.

In deze mini serie over ‘aandachtstrekkers’ geef ik krachtige en makkelijk toepasbare tips over openingszinnen voor je presentaties. Een openingsfase heeft 7 stappen en de aandachtstrekker is de eerste stap hiervan. Het doel ervan is: aandacht trekken en directe betrokkenheid creëren.

Als reminder hier nog even mijn kapstok. Een goede aandachtstrekker is:
1) Kort
2) Universeel (zoveel mogelijk betrekking hebbend op iedereen die aanwezig is)
3) Simpel (voor jou en je publiek)
Eenvoudig te onthouden als KUS… waarmee je je publiek welkom heet.

Hoe gebruik je de kracht van het moment in je eerste zinnen? De crux is om op tijd te zijn in de ruimte waar je presenteert en even.. stil te zijn.
Stil te zijn en een gevoel te krijgen voor de energie in de zaal.
Je stelt jezelf de vraag “waar is nu het meest behoefte aan?” en wees benieuwd welk antwoord er komt op die vraag.

Je kunt ook goede suggesties krijgen door fictief in je verbeelding plaats te nemen op de stoel van een luisteraar en naar jezelf (als spreker) te kijken en te luisteren. Je geeft aan de spreker (jezelf dus) terug wat je nu (als publiek) het liefst zou willen zien of horen en waarom. Je zult versteld staan over de adviezen die je jezelf kunt geven!

Een voorbeeld. Ruud spreekt op een congres en de spreker voor hem spreekt over ‘onnodige faillissementen’. Dit roept veel emoties op in de zaal, met name boosheid en frustratie. Hij kan echt mensen met het hoofd zien schudden van ongeloof. Ruud is meteen aan de beurt als zijn voorganger het podium verlaat. Hij begint in stilte en kijkt de zaal in. Vervolgens zegt hij “tjonge jonge jonge  ..ongelooflijk hè? Tjonge jonge…[stilte] meer kan ik eigenlijk niet uitbrengen, U wel?” Hij nodigt vervolgens de zaal uit om gedurende 3 seconden “tjonge jonge jonge” te roepen en een keer adem te halen. [hoe kinderlijk dit ook mag klinken; de hele zaal doet mee!] Ruud slaat een brug naar zijn speech met de zin “tjonge jonge… ben ik blij dat ik U mee ga nemen naar iets wat ook pijn kan doen, maar ook pijn kan voorkomen namelijk taxplanning” en hij glimlacht. De zaal volgt Ruud!
Hij had aangevoeld dat het publiek nog even wilde ‘leeglopen’ om ze zo op een andere golflengte te kunnen krijgen.

Deze voelsprietopening voldoet eigenlijk altijd vanzelf aan de KUS kapstokregels. Ingewikkeld hoeft het dus niet te zijn. Het vraagt wel moed. Moed om iets te laten ontstaan in het moment dat je in de zaal bent of al voor publiek staat. Het vraagt ook dat je aanwezig kunt zijn in het hier en nu voor een groep mensen. “Presence’ heet dat met een mooi woord. Ruud heeft geleerd hoe je met ‘presence’ voor groepen staat en dit is voor iedereen te leren.

Je kunt hiermee namelijk instant en krachtig ‘rapport’ (afstemming) of verbinding krijgen met je publiek en de zaal vanaf het eerste moment ‘inpakken’. Daarmee krijg je op de beste manier een onbewust JA van je publiek op jou als spreker en wat je verder gaat doen in je presentatie.

Ik nodig je uit om de openingszin van je eerstvolgende presentatie niet voor te bereiden!
Veel succes met jouw intuïtieve startzin.

Je reactie lees ik graag hieronder.

De belangrijkste eerste minuten van je presentatie deel 2

Gepubliceerd 04 mei 2011 door Lianne Ebbinkhuijsen

De tweede manier uit de serie aandachtstrekkers gaat over een statistiek of getal gebruiken in je openingszin. Getallen kunnen geloofwaardigheid en vertrouwen opwekken, maar ook nieuwsgierigheid en betrokkenheid. (En dat kan dus allemaal in één openingszin!) Het loont enorm om het getal in die zin te benadrukken of te herhalen.

In deze mini serie over ‘aandachtstrekkers’ geef ik krachtige en makkelijk toepasbare tips over openingszinnen voor je presentaties. Een openingsfase heeft bij mij 7 stappen en de aandachtstrekker is de eerste stap. Het doel ervan is: aandacht trekken en directe betrokkenheid creëren.

Ik herinner je nog even aan mijn kapstok. Een goede aandachtstrekker is;
1) Kort
2) Universeel (zoveel mogelijk betrekking hebbend op iedereen die aanwezig is)
3) Simpel (voor jou en je publiek)
Te onthouden als een ‘KUS’ waarmee je je publiek verwelkomt.

Uit onderzoek* blijkt dat de waargenomen deskundigheid onder andere wordt bepaald door de zekerheid die iemand communiceert over de kennis die hij/zij heeft. Getallen geven het gevoel van die zekerheid. Ze wekken ook de indruk dat iets wat je vertelt een afgerond geheel vormt en dat schept een veilig gevoel en geeft vertrouwen. Er komt niet nog meer, en meer dan 100% is er bijvoorbeeld ook niet.

Een voorbeeld van een statistiek in de eerste zin bij een presentatie voor Zelfstandige Professionals.
“Wisten jullie dat slechts 5% [vijf pro-cent!] van de zelfstandige professionals het lukt om langdurig een succesvol bedrijf te runnen?”

De openingszin is Kort, Universeel [het publiek deelt zichzelf automatisch in bij de ene -5%- of andere -95%- categorie] en Simpel [succesvol of moeizaam] Nieuwsgierigheid ontstaat omdat je bij het besef van de betekenis van een getal of contrast [5% of 95%] je jezelf afvraagt hoe dat dan komt en… wat dat jou als ZP-er kan opleveren!

Nog een voorbeeld uit één van mijn presentaties over spreken:
“Als spreker heb je maar enkele minuten om je publiek binnen te halen.”
En vergelijk deze met de volgende startzin… met een getal:
“Als spreker krijg je slechts 7 minuten [!] – 7 minuten – om alle typen luisteraars in je opening te betrekken!”

Kort, Universeel, Simpel en….. opeens lijkt het nog belangrijker om goed met de eerste minuten om te gaan en verder te luisteren! De meeste toehoorders willen namelijk graag leren wat je dan zou kunnen doen in die 7 minuten… :-)

Veel succes met jouw openingszin …met of zonder een getal.

Je reactie is van harte welkom!
* Bron: Wesson, C. J., Pulford, B.D. (2009). Verbal expressions of confidence and doubt. Psychological Reports, 105, 151-160.

De belangrijkste eerste minuten van je presentatie deel 1

Gepubliceerd 19 april 2011 door Lianne Ebbinkhuijsen

“Niet elk begin is een opening” zo luidde ik mijn vorig artikel in waarin ik motiveerde waarom het de moeite loont om een goede opening te ontwerpen als je presenteert. [zie ‘waarom de eerste minuten belangrijk zijn’]

Onlangs zag ik een spreker de opening nog helemaal overslaan. Het publiek moest moeite doen om te landen en de spreker hebben we niet echt goed leren kennen. Voor de spreker erg jammer want deze heeft niet de ruimte genomen om zichzelf en zijn werk te positioneren. En een gedeelte van je publiek beslist vaak onbewust al binnen 5-7 minuten of ze je idee van je zullen aannemen of dat ze van je kopen!

Een openingsfase heeft bij mij 7 stappen en de aandachtstrekker is de eerste stap hierin. Het doel daarvan is dan ook: aandacht trekken en directe betrokkenheid creëren. Dat is iets anders dan jezelf voorstellen! Het publiek hoort je eigenlijk nog niet zo goed bij de eerste woorden die uit je mond komen.

Veel mensen starten (vaak uit automatisme) op één van de twee volgende manieren. De meesten kiezen voor de “Ik ben Miep Miep en ik doe Miep Miep na” – variant. Oftewel “Mijn naam is Jan Teugels en ik ga iets vertellen over beslissingsstrategieën.” Er zijn overigens ook nog heel veel sprekers die zich helemaal NIET voorstellen…maar dat is weer een ander probleem.

De andere is de ‘ik maak het me veeeel te moeilijk’ – variant of wat ik ook wel noem de ‘Tricky-TED start’ (TED is waar je alleen mag spreken als je echt een bijzonder idee hebt – www.ted.com. Daar waar niemand een presentatie in zijn eentje samenstelt, maar er een team voor optuigt). Deze openingszinnen zijn vaak te abstract, te vergezocht of gewoon te ingewikkeld. Een voorbeeld dat ik laatst tegenkwam: “De overweging om de wetenschappelijke of de pragmatische kant als hoofdroute te kiezen, is een lastige.” Ik weet niet wat dit met jou doet, maar ik haak echt af.

Laat ik daarom een praktische kapstok introduceren. Een goede aandachtstrekker heeft wat mij betreft 3 elementen. De aandachtstrekker is:

1) Kort
2) Universeel (zoveel mogelijk betrekking hebbend op iedereen die aanwezig is)
3) Simpel (voor jou en je publiek)

KUS dus! Met een ‘KUS’ verwelkom je je publiek. Dit kan iedereen onthouden.

Het eerste voorbeeld uit de serie aandachtstrekkers; een statement of korte zin die je een beetje aan het denken zet. Zo kan de openingszin van dit artikel een startzin zijn voor bijvoorbeeld een presentatie van mij getiteld ‘pakkende presentatie-openingen.’

“Niet elk begin is een opening” Een korte ietwat nieuwsgierigheid opwekkende zin als je nog geen context hebt als luisteraar. Deze zin samen met een snelle boog naar het hoofdonderwerp kan als aandachtstrekker gebruikt worden.

Met de KUS regel zou het er zo uit kunnen zien:
“Niet elk begin is een opening.”

Niet elk begin van een muziekstuk is een uitnodiging naar meer ervan willen horen.
En niet elk begin van een presentatie nodigt jou als toehoorder uit om meer te willen weten over de rest ervan.”

Vervolgens kan ik me rustig voorstellen en mijzelf en mijn verhaal positioneren.
Dit is kort [3 zinnetjes],
universeel [voor iedereen “jou als toehoorder”/iedereen beluistert wel eens muziek]
en simpel [het is duidelijk dat er meer nodig is dan zomaar beginnen].

En meer is niet nodig om je opening te starten.
Succes met jouw begin.

Je reactie lees ik graag hieronder.

Waarom de eerste minuten belangrijk zijn

Gepubliceerd 06 april 2011 door Lianne Ebbinkhuijsen

“Niet elk begin is een opening”. Zo eindigt het onderzoeksrapport van Bas Andeweg en Jaap de Jong uit 2004 naar inleidingen op toespraken (bron: www.deeersteminuten.nl 565 pagina’s!). De centrale vraag in dit rapport luidt ‘Is het belangrijk bij een presentatie om een goede opening te ontwerpen?’ Over deze vraag gaat ook dit artikel.

Volgens het rapport vindt een grote meerderheid van de ondervraagde professionals zelf een opening niet belangrijk en… ze vinden het ook één van de moeilijkste onderdelen!

Ik voel me geroepen daar iets over te zeggen :)

Wat kun je bereiken met een opening? Wat laat je liggen als je je niet druk maakt om een goede start? Wat mis je aan kansen als je het laat zitten bij bijvoorbeeld “Hallo, ik ben Jacco Verdiesen en ik ga iets vertellen over…”. Je weet wel, wat we leerden bij een spreekbeurt houden op school.

Hier komt het potentieel dat je als spreker in de eerste 5 tot 8 minuten hebt. Door eens bewust te worden van wat je gaat doen en zeggen kun je bij de start:

  • de aandacht krijgen van je toehoorders, zodat ze elk woord kunnen horen dat je verder zegt
  • alle typen mensen aanspreken zodat iedereen zich betrokken voelt bij jou als spreker
  • jezelf positioneren zodat je als kundig, overtuigend en ook als toegankelijk en wordt gezien
  • een perspectief bieden aan je gehoor zodat ze aan je lippen hangen en gemotiveerd raken om je hele verhaal te willen horen
  • veiligheid en duidelijkheid scheppen, zodat je vertrouwen wekt bij je gehoor
  • de emotie van je publiek aanspreken zodat ze op een dieper niveau al ‘JA’ tegen jou en je verhaal zeggen
  • weerstand wegnemen zodat ook de bij voorbaat sceptische luisteraars met hun aandacht aanwezig blijven
  • jezelf op je gemak stellen, omdat je beter kunt voorspellen dat je lekker begint. Het adrenaline peil (spanning) is bij het begin van een presentatie immers van nature hoog
  • zaadjes planten om je doel te bereiken met je presentatie

Kortom; je kunt met een goede inleiding jezelf, je idee en je publiek positioneren en motiveren.

Uit het onderzoeksrapport blijkt dat een sterke opening wel degelijk zwaar weegt in toespraken. “Als het al bij het eerste knoopsgat fout gaat, komt het bij het verdere dichtknopen niet meer goed” [Goethe]. Vanuit de praktijk kan ik zeggen dat een sterke opening wezenlijk is voor je presentatie en …. dat het niet moeilijk hoeft te zijn.

Ook een opening begint bij het begin; aandacht trekken. Voor veel sprekers is dit moment het meest spannend en lastig. De aandachtstrekker is de eerste stap van een goede inleiding. De komende posts op dit blog vormen samen een serie korte en praktische artikelen over aandachtstrekkers, die hun werking in de praktijk al bewezen hebben. Je leert op een toegankelijke manier hoe jij dit moment krachtig en moeiteloos neerzet. De serie gaat heten ‘De belangrijke eerste minuut van je presentatie’.

Ik lees graag jouw reactie op dit artikel of je ervaringen met openingszinnen hieronder.

Let’s open up!